Gepubliceerd op: 13 april 2020
Bron: CBS.nl
Het merendeel (61.715 bedrijven) was midden- en kleinbedrijf (mkb). Het mkb bestaat uit bedrijven tot 250 werkzame personen. Van de bedrijven binnen de horeca waren 52.295 bedrijven een eet- en drinkgelegenheid. Bijna de- helft daarvan (22.435 bedrijven) waren bedrijven met 1 werkzaam persoon. 52.025 bedrijven telden tot 50 werkzame personen. De overige 9.480 bedrijven deden aan logiesverstrekking. Meer dan de helft (4.875 bedrijven) had 1 werkzaam persoon. 9.285 van de bedrijven hadden tot 50 werkzame personen.
In 2020 waren er in totaal 68.655 horecavestigingen in Nederland. Het grootste aantal vestigingen was in Noord-Holland (15.435 vestigingen) en Zuid-Holland (12.685 vestigingen).
Het grootste gedeelte van de vestigingen (58.120) waren eet- en drinkgelegenheden en cateraars. Het grootste aantal van deze vestigingen was in Noord-Holland (13.175 vestigingen) en Zuid-Holland (11.735 vestigingen). De overige vestigingen (10.535) waren logiesaccommodaties. Het grootste aantal van deze vestigingen was in Noord-Holland (2.260 vestigingen) en Gelderland (1.420 vestigingen). De cijfers over horecavestigingen zijn voorlopige cijfers.
In 2017 bedroeg de netto omzet van de horeca in Nederland 26.213 miljoen euro. In de provincie Noord-Holland werd de hoogste netto omzet gehaald met 7.479 miljoen euro, gevolgd door Zuid-Holland met 4.959 miljoen euro en Noord-Brabant met 3.373 miljoen euro. De netto omzet van de logiesverstrekking in Nederland bedroeg in 2017 7.573 miljoen euro. De netto omzet was het hoogst in de provincie Noord-Holland met 2.493 miljoen euro, Zuid-Holland met 1.034 miljoen euro en Gelderland met 836 miljoen euro. De netto omzet van de eet- en drinkgelegenheden in Nederland bedroeg in 2017 18.640 miljoen euro. De netto omzet was het hoogst in Noord-Holland met 4.986 miljoen euro gevolgd door Zuid-Holland met 3.924 miljoen euro en Noord-Brabant met 2.674 miljoen euro.
De bruto toegevoegde waarde voor de horeca bedroeg in 2018 in totaal bijna 15 miljard euro. Daarvan waren de eet- en drinkgelegenheden verantwoordelijk voor het grootste gedeelte (10.544 miljoen euro). De logiesverstrekkingen hadden een toegevoegde waarde van 4.314 miljoen euro. De cijfers over bruto toegevoegde waarde zijn voorlopige cijfers.